English

Moeder Gods van Donskaja.

Eind 14de eeuw - Theophanes de Griek - Tretjakovmuseum Moskou.

De Russisch-orthodoxe kerkelijke kalender kent alleen al zo’n 250 wonderdadige iconen van de Moeder Gods. Er is in het onmetelijke gebied van de oosterse kerk geen stad ( en daarin niet zelden ook geen straat), geen huis, geen streek, geen meer, geen rivier, geen dorp maar ook geen stad en geen beroep die de Moeder Gods niet tot schutsvrouwe, patrones heeft gekozen.
De oorzaak van deze verering van de Moeder Gods is tweeledig: verstand en religieus gevoel maken dat zowel katholieken als orthodoxen de moeder van de ‘Mensenzoon’ beschouwen als de middelares van zijn heilsboodschap.
De Moeder Gods van Donskaja behoort tot de Eleusa-Oemilenie-groep. Tot deze groep behoren ook Vladimirskaja, Podkoebenskaja, Pelagonitissa en Glykophilusa.
De Moeder Gods van de Don (‘Donskaja’ ) houdt haar hoofd dieper dan de ‘Vladimirskaja’ over het kind gebogen en de twee kijken elkaar diep in de ogen. De kijker wordt niet betrokken bij deze intieme moeder-kind-relatie, maar opgeroepen tot aanbiddende beschouwing. De icoon werd eind 14de eeuw geschilderd door de beroemde schilder Theophanes de Griek (Feofan Grek), wiens werk wordt gekenmerkt door vermetele welvingen. Volgens de legende werd dit genadebeeld van de Don-Kozakken ingezet bij de strijd op het slagveld Koelikovo in 1380 tegen de Tartaren, wat tot de overwinning van de grootvorst Dimitri zou hebben geleid. Later kwam de icoon naar de Kremlin-kathedraal.

De icoon

Maria neigt haar hoofd naar het Jezuskind, dat met opgetrokken knieën op haar rechterhand zit en zijn blote beentjes op de linkerarm van zijn moeder heeft gezet, die zijn kleed bijeenhoudt. Het Jezuskind heeft zijn wang tegen die van zijn moeder gevlijd en houdt zijn rechterhand zegenend geheven, zonder zijn blik van het gelaat van zijn moeder af te wenden.

Bron: Fascinatie & Werkelijkheid - ICONEN - Konrad Onasch, Annemarie Schnieper - lannoo KOK.

De eigentijdse icoon is in 2000 geschreven met eitempera en pigmentpoeders door Ank Landwier-Boonekamp op een lindehouten paneel van 16,3 x 21 x 2,6 bedekt met povoloka en levkas.