ICONEN, EEN ONTMOETING . . .
Wat betekent het woord Icoon
De apostel Paulus heeft de schilderstukken die wij Iconen
noemen, weliswaar nooit gekend, maar wel hun diepste betekenis aangeduid.
Paulus schreef zijn brieven in het Grieks en met betrekking tot Christus
zegt hij: Christus is de eikon (=icoon=beeld=gelijkenis)
van de onzichtbare God (Koll-1,15). Met deze woorden bedoelt Paulus
dat God in Christus zichtbaar is geworden, m.a.w. dat Christus de zichtbare,
tastbare uitdrukking is van Gods eigen wezen.
Een van de grote grondbeginselen van de oosterse iconografie
is dat alleen datgene wat in de zichtbaarheid is getreden, uitbeeldbaar
is. In deze opvatting is het onmogelijk God uit te beelden, want niemand
heeft ooit God gezien. In de menswording van Christus echter is God zichtbaar
geworden, waardoor het mogelijk is een beeld, een Icoon van Christus te
maken. Die uitbeeldbaarheid strekt zich ook uit tot de engelen en de heiligen,
die in het voetspoor van Christus zijn getreden. De Drievuldigheid daarentegen
kan alleen op zinnebeeldige wijze in de gestalte van drie engelen voorgesteld
worden.
De definiëring van de Icoon
Het Griekse woord eikon geeft eigenlijk geen
volledig beeld van het wezen van de Icoon. Een Icoon is meer dan een beeld
of gelijkenis; het wil een deel van het wezen van de afgebeelde
weergeven, in feite het wezen zèlf zijn. Voor de orthodoxe gelovige
is in de Icoon de Christus, de Moeder Gods of de Heilige zelf aanwezig.
Het wezenlijke verschil met het materiële beeld of de afbeelding
in onze westerse Kerk is dat zij een zijkant, een achterkant hebben. Een
Icoon heeft dat niet. Een spiegel heeft dat ook niet. De Icoon, die alleen
een voorzijde heeft, is dan ook iets als een spiegel, een poort, een geopend
venster. Een Icoon wordt dan ook wel eens Venster op het Absolute
genoemd.
Wanneer men een Icoon wil definiëren, zal men vóór
alles zeggen dat zij een cultusvoorwerp is uit de orthodoxe Kerk. Zij
is draagbaar en verplaatsbaar en derhalve beperkt van formaat en gewicht.
Zij is meestal geschilderd op hout maar kan ook gemaakt zijn uit harde
materialen zoals metaal, ivoor, steen, enz. Het is een sacraal voorwerp,
bestemd voor de publieke of private eredienst. Maar de Icoon is vóór
alles een liturgisch voorwerp dat dient beschouwd te worden als een middel
om Christus, de Moeder Gods en de Heiligen doorheen hun voorstelling op
te roepen, dichter bij de mensen te brengen en de biddende gelovigen te
helpen om zich tot God te wenden. Omdat Iconen beschouwd worden als een
tastbare aanwezigheid van Gods genade in de voorgestelde persoon of mysterie,
worden ze omgeven met een roerende zorg en verering. De orthodoxe gelovige
spreekt dan ook van heilige Iconen. Als theologie in beeld
zegt zij in kleuren en stelt tegenwoordig wat het evangelie in woorden
verkondigt.
De meditatieve kracht van
de Icoon en particuliere devotie
De religieuze psychologie rangschikt de Icoon bij de meest
essentiële behoeften van de orthodoxen. Reeds bij de doop ontvangt
de gelovige een gewijde Icoon van de heilige wiens naam hij draagt. Bij
het huwelijk zegenen de ouders de jonggehuwden met Iconen, en bij een
overlijden wordt niet alleen van de overledene, maar ook van zijn Icoon
afscheid genomen. Op het graf wordt dan vaak een metaalicoontje bevestigd.
De Iconen voor particuliere devotie zijn ontzettend gevarieerd. Naast
alle themata van de heiliconen, komt heel de heiligenkalender in aanmerking.
Orthodoxe gelovigen hebben altijd al grote betekenis aan Iconen gehecht.
Ze staan bij hun thuis op de voornaamste plaats: krasny ugol, de rode
of schone hoek genaamd. Van al hun noden wenden deze mensen
zich dikwijls, in hardop spreken en zelf geïmproviseerde gebeden,
tot hun Iconen. Al hun zorgen worden aan hen verteld in gebeden om uitkomst
want Iconen dienen om zich te bezinnen en in contact te treden met de
onzichtbare God en met de onzichtbare Heiligen.
Regels en voorschriften
voor de icoonschrijver
Omdat de dogmas van de orthodoxe Kerk in wezen onveranderlijk
zijn, zijn ook de Iconen in de uitbeelding van dit dogma onveranderlijk.
Daarom zijn er regels en voorschriften ontstaan, die in 1551 werden vastgelegd,
waarvan de iconschrijver niet mag afwijken. De oosterse Kerk eist van
hem/haar dat ze zich schikken naar een geheel van canons, tegelijkertijd
leidraden en aanmaningen, die een continuïteit en een eenheid van
leer waarborgen over de grenzen heen. Zo staat de klederdracht van de
personages vast, de gebaren, evenals de trekken van de heiligen en vele
andere details. Alles heeft een symbolische betekenis, alles is omschreven.
Ook de kleuren mogen zo maar niet gekozen worden. Elke kleur heeft zijn
betekenis: rood is de kleur van het goddelijke, purper is de keizerlijke
kleur, blauw de kleur van het menselijke, groen de kleur van de jeugd,
vruchtbaarheid en geborgenheid, wit de kleur van het goddelijke licht,
goud (dat dikwijls vervangen wordt door geel) is de afstraling van de
goddelijke zonneglans.
Hoewel de icoonschilderkunst dus een traditionele kunst
is, blijft er toch voldoende ruimte voor de kunstenaar om een eigen schepping
tot stand te brengen. Het tafereel op Iconen is doorgaans eenvoudig gehouden,
zodat de schouwer niet afgeleid wordt door bijkomstigheden. Dit in tegenstelling
tot de westerse religieuze kunst dat vaak de aandacht trekt.
Het materiaal van de icoonschrijver
Vertegenwoordigers van plantaardig leven, het mineralenrijk
en de dierenwereld nemen deel aan de totstandkoming van de Iconen die
het heilsgebeuren uitbeelden. Deze materialen zijn zeer betekenisvol.
Tezamen beelden zij namelijk uit dat de tastbare, stoffelijke schepping
deel heeft aan de verlossing die door de menswording is gebracht.
Het materieel ontstaan van de Icoon
1. Het houten paneel
Voor Iconen worden de meest diverse houtsoorten gebruikt.
De keuze hangt af van de streek. Het hout moet in ieder geval aan één
voorwaarde voldoen: het moet harsvrij zijn. Vooral lindehout is uitstekend
geschikt voor het beoefenen van de iconografie.
Als de plank volkomen droog is worden er panelen uitgezaagd
die vrij van knoesten moeten zijn. De planken kunnen aan de achterzijde
voorzien worden van wiggen of keerlatten (sponkis). Zij voorkomen
dat het hout zou gaan kromtrekken. Om de werking van het hout af te remmen,
wordt de rug van het paneel met was geïmpregneerd. Vooral volgens
de Russische methode wordt meestal op de vlakke plank een middenvlak uitgediept,
zodat een lichtjes verhoogde rand van 2 tot 5 cm ontstaat. Dit uitgediepte
middenvlak heet in het Russisch kovtsjeg en is bestemd voor het aanbrengen
van de voortekening. Doordat de voorstelling zich iets verder van de toeschouwer
bevindt dan de rand, wordt een bepaalde distantie gesuggereerd, die de
gelovige ten opzichte van de geheiligde voorstelling inneemt en dient
de verhoogde rand dus om het sacrale beeld als in een soort schrijn te
bewaren.
2. De preparatie van het paneel en de voortekening
De heilige voorstelling kan niet zomaar op het kale hout
geschilderd worden. Eerst wordt een linnen of katoenen doek met een lijmoplossing
op de plank aangebracht. Het doek laat een betere hechting toe van het
plamuur (levkas in het Russisch) dat nadien wordt aangebracht (plm. 15
lagen) en vermijdt alle beschadigingen aan de schildering zoals barstjes,
die door de eventuele werking van het hout veroorzaakt worden. Eenmaal
dat de levkas goed is doorgehard wordt deze ondergrond gepolijst tot een
effen, vlak en mat geheel. Nu is het paneel klaar om de voortekening aan
te brengen.
De voortekening vindt haar inspiratie in een boek of een
oude Icoon. De hoofdlijnen van de tekening hebben een bijna sacrale betekenis.
Zij geven de vanouds aangehouden oervormen weer. Binnen deze lijnen kan
de icoonschrijver zich een zekere vrijheid veroorloven, voor de rest moet
hij zich houden aan de studies en schetsen, zoals deze voorkomen in de
daartoe voorziene boeken.
3. De schildering
De middelen waarmee een Icoon gemaakt wordt moeten door
God geschapen natuurproducten zijn en de verschillende aardverven die
met een natuurproduct, het eigeel, tot strijkklare verven verwerkt worden
berusten op een eeuwenlange traditie die bekend staat als de TEMPERA-schildering.
Eerst wordt de stralenkrans en indien vereist ook bepaalde
vlakken van het personage, met bladgoud verguld. Ook de achtergrond wordt
wel eens in bladgoud gezet. Deze kan naast vergulding ook in geel of rood
oker zijn, een witte, groene of blauwe kleur hebben.
De icoonschrijver begint vervolgens met het leggen van de
grondslag. Zo worden de kleding, de handen, het aangezicht en eventuele
attributen in een gewenste kleur gezet. De volgende stap bestaat eruit
om aan de afbeelding kleur en vorm te geven waarbij verschillende procédés
volgens zeer minutieuze opeenvolging worden toegepast.
4. De afwerking
Na de schildering krijgt de Icoon haar naam die verbonden
is met haar voorbeeld. Die naam verleent aan de Icoon een uitstralingskracht
alsook een sacraal karakter. Een Icoon is immers maar echt Icoon wanneer
zij, meestal bovenaan, van een titelinscriptie is voorzien, en wanneer
desgevallend alle personen die op de Icoon voorkomen door kleinere inscripties
geïdentificeerd zijn. Dit geschiedt voornamelijk in het kerkslavisch,
veelal met die prachtige, hoekige letters. De laatste fase van de bewerking
is de beschermlaag. Nadat de schildering een bepaalde tijd gedroogd heeft
wordt ze bestreken met OLIFA, een mengsel van lijnolie en allerlei harsen,
dat men over de Icoon heen legt. Die laag beschermt de Icoon en geeft
een grotere doorzichtigheid, warmte en diepte aan het geheel en worden
de kleuren prachtig van toon.
5. De wijding
Heel de bewerking van de Icoon, vanaf het eerste begin tot
de voltooiing, is een liturgisch handelen. Daarom is het ook gewenst dat
de Icoon gewijd wordt. Dan herinnert zij ons ten volle aan eeuwigheidswaarde.
Het schrijven
van Iconen
In de icoonschilderkunst wordt gesproken over een
Icoon schrijven daar het een getuigenis is van een op schrift gesteld
geloof, dat ons via de Iconen toespreekt.
Bron: Lucienne Lipkens-Janssen, Neeroeteren.
|